Verhaal
Clay Art
‘Klei leert me dat zachtheid geen zwakte is. Een vorm die juist wat meegeeft, kan uiteindelijk het sterkst worden’.
Waarom werk ik veel met klei?
In mijn kunstwerken grijp ik vaak terug naar klei, omdat het materiaal voor mij voelt als een directe verlenging van mijn handen. Klei reageert op elke aanraking; het onthoudt druk, beweging en zelfs twijfel. Dat maakt het werken ermee intiem en eerlijk, ik kan niets verbergen achter gladde perfectie, want elke afdruk vertelt iets over het moment waarop het ontstond.
Wat mij ook aanspreekt, is de tegenstelling in het materiaal. Klei is in het begin zacht, bijna kwetsbaar, maar na het bakken/drogen aan de lucht, wordt het hard en blijvend. Dat proces voelt voor mij als een metafoor voor groei: iets dat begint als vormeloos en veranderlijk, maar door tijd, aandacht en soms hitte verandert in iets stevigs met een eigen karakter.
Daarnaast geeft klei mij rust. Het kneden, opbouwen en vormen is een traag proces dat mij dwingt om te vertragen en echt aanwezig te zijn. In een wereld die vaak snel en vluchtig is, biedt klei mij een tastbare manier om verbinding te maken — met het materiaal, met mezelf en met de ruimte waarin het werk ontstaat.
Tot slot hou ik van het aardse van klei. Het is letterlijk grond onder mijn vingers. Dat besef geeft mijn werk een gevoel van oorsprong en verbondenheid met de natuur, iets wat ik belangrijk vind om door te geven in wat ik maak.





